Leren als een held

Cursus: Periodeonderwijs in nieuw perspectief

Het periodeonderwijs is een van meest potentiële kenmerken van ons onderwijs dat in een visie voor de toekomst een nieuw elan krijgt in mijn visie er op. Ik zie het als het vertellen van een groot verhaal. Een periode, die tegenwoordig meestal drie maar eigenlijk vier weken zou moeten duren, is een zinvol vormgegeven geheel van ontwikkelingsstof. Daarin maken leerlingen zich kennis en vaardigheden eigen. Dat proces verloopt volgens dezelfde wetmatigheden als het verhaal van de held. Om die reden heb ik het ook: leren als een held genoemd.

De twaalf essentiële stappen van ontwikkeling die de held doorloopt in een verhaal doorloopt een leerling ook in de loop van een periode. De leerkracht kan dat niet alleen herkennen maar ook bewust en sturend vormgeven volgens die principes. De 12 stappen in het leerproces benoem ik zo:

Twaalf treden naar vaardigheid

  1. Proloog in de gewone wereld. Er is nog niets gebeurd, de leraar heeft nog geen actieve stap ondernomen om een nieuw leerdoel te introduceren en de leerlingen weten nog niet dat er iets gloort.
  2. De oproep tot het avontuur. De leraar stelt een vraag, laat iets zien of vertelt iets om het nieuwe thema en leerdoel aan te kondigen: ‘We gaan vandaag iets nieuws leren.’ Of ‘komende maandag begint de periode dierkunde.’
  3. De weerstand. Er zullen leerlingen zijn die denken: ‘Oh, dat gaat over rekenen, dat kan ik vast niet.’ Of een leraar denkt: ‘Oh, waar begin ik aan.’
  4. De mentor. De leerling moet zich in deze fase tot de mentor wenden voor leiding en begeleiding. Het woord mentor komt voort uit de Ilias, van Homeros, hij was een wijze oude vriend van Odysseus en nam de begeleiding van diens zoon Telemachos op zich toen zijn vader naar Troje vertrok. De leerkracht is de mentor die de leerlingen bij de hand neemt.
  5. De drempel over. De leerling verkent het onderwerp en gaat aan de slag. De leraar begeleidt het eerste oefenen. Vallen en opstaan en weer struikelen horen hierbij. Leerlingen kunnen in deze fase veel leren van het samen oefenen.
  6. De eerste stappen. De leerling laat zien of er al sprake is van enige beheersing, de leraar observeert dat.
  7. Ster van de dag. De eerste succeservaringen met het toepassen van de nieuw opgedane kennis en vaardigheid.
  8. Aarding en inwijding. De leerling verinnerlijk de vaardigheid, het wordt een deel van de persoon.
  9. De crisis. Een nieuw probleem kan opduiken zodat twijfel ontstaat over de eigen nieuwe kennis en vaardigheid. Iemand doet het anders of heeft een andere mening.
  10. De transformatie. De leerling moet misschien argumenteren, discussiëren of verdedigen waarom het klopt wat hij/zij heeft geleerd en kan. Dit is de fase waarin een proefwerk, spreekbeurt of werkstuk wordt gepresenteerd en beoordeeld.
  11. Zekerheid. De leerling vertrouwt op eigen kunnen. Als er in het gewone leven vragen worden gesteld of als er een praktische toepassing van het geleerde opduikt dan kan de leerling daar handelend in optreden.
  12. Het elixer. Nu kan de leerling het aan anderen overbrengen, hij/zij is een held!

Op basis van dit twaalf-stappenschema kan ik een cursus voor teams (klas 1 t/m 6) aanbieden waarbij de 12 stappen in het leerproces worden verbonden met het directe instructie schema voor gebruik in één les. Bovendien heb ik het totale pakket van werkvormen die je aantreft in mijn praktijkboek GSVS gekoppeld aan die 12 fasen. Daarmee krijgt het een hoog ‘hands on’ gehalte. Voor elk onderdeel van het periodeschema en het lesschema in de directe instructie heb ik hiermee één of meerdere werkvormen gekoppeld.

Als extra onderdeel kan ik een cursusdag aanbieden waarin dezelfde werkvormen een plek kunnen krijgen in het samen vergaderen van teams. Een team zie ik als een coöperatie van pedagogisch-didactische kunstenaars en samenwerken wordt kwalitatief beter als je er passende vergadervormen bij gebruikt.

Opbrengst:

Een nieuwe visie en praktische handvaten bij het periodeonderwijs.

Duur:

Vier studiemiddagen van 2 uur.